Anke Van dermeersch: “Legale sportschutters zijn geen criminelen en moeten niet voortdurend als een veiligheidsrisico worden behandeld”
Antwerps Vlaams Belang politica Anke Van dermeersch pleit voor meer vertrouwen in legale sportschutters en verzet zich tegen een beleid waarbij wettige wapenbezitters steeds verder worden gereglementeerd. Uit haar schriftelijke vraag aan Vlaams minister van Sport Annick De Ridder blijkt dat Vlaanderen in 2025 22.785 houders van een sportschutterslicentie telde, terwijl tegelijk 1.213 licenties werden ingetrokken. Opvallend: de Vlaamse overheid beschikt niet eens over cijfers die aantonen in welke mate legale sportschutters betrokken zijn bij strafrechtelijke feiten met vuurwapens.
“Wie zich aan de wet houdt, verdient vertrouwen, geen verdachtmaking”, zegt Van dermeersch. “Het is absurd om legale sportschutters voortdurend in verband te brengen met illegaal wapenbezit of vuurwapencriminaliteit wanneer de overheid zelf niet over cijfers beschikt die een dergelijke link aantonen.”
Sportschieten is een erkende sport die door duizenden Vlamingen wordt beoefend. Wie een sportschutterslicentie wil behouden, wordt bovendien geconfronteerd met uitgebreide voorwaarden en controles. Dat alsmaar verder verstrengen van de voorwaarden is volgens Van dermeersch bovendien een belangrijke verklaring voor het hoge aantal ingetrokken licenties. Het gaat dus niet noodzakelijk om mensen die plots een veiligheidsrisico vormen, maar vaak om burgers die niet langer aan steeds complexere of strengere administratieve en wettelijke voorwaarden voldoen.
De cijfers tonen hoe repressief dat systeem werkt. In 2025 werden 1.213 licenties ingetrokken. In 81,34% van de gevallen ging het om het niet voldoen aan de voorwaarden van het sportschuttersdecreet. Daarnaast waren er 16 schorsingen, allemaal op vraag van de gouverneur. Tegelijk groeit de belangstelling voor de sport aanzienlijk. Het aantal houders van een sportschutterslicentie steeg van 19.436 in 2022 naar 22.785 in 2025. Het aantal nieuw afgeleverde licenties steeg in dezelfde periode maar liefst van 1.933 naar 2.971. “Dat is toch een belangrijk gegeven”, benadrukt Van dermeersch. “Ondanks de steeds strengere voorwaarden en het frequent intrekken van licenties, blijven steeds meer mensen kiezen voor de schietsport en stijgt ook het totale aantal sportschutters. Dat bewijst dat we deze mensen niet voortdurend als een potentieel gevaar mogen behandelen.”
Van dermeersch vindt daarom dat het debat moet worden gevoerd op basis van concrete feiten en niet op basis van irrationele angst voor wapens. “Een vuurwapen op zich maakt iemand niet tot een crimineel. Het probleem is het illegale gebruik ervan. De overheid moet dus haar pijlen richten op criminelen en illegale wapenhandel, niet op burgers die hun hobby legaal en verantwoordelijk beoefenen.”
Van dermeersch uit daarbij ook kritiek op het Vlaams Vredesinstituut, dat volgens haar in zijn communicatie en analyses te vaak bijdraagt aan een beeldvorming waarbij legaal vuurwapenbezit wordt geproblematiseerd, gecriminaliseerd en gedemoniseerd. “Er is een fundamenteel verschil tussen illegaal wapengebruik en burgers die op een wettelijke en gecontroleerde manier een vuurwapen bezitten of sportschieten beoefenen. Dat onderscheid moet ook in het maatschappelijke debat worden gerespecteerd.”
Ook de rechtszekerheid verdient volgens Van dermeersch aandacht. Tussen 2020 en 2025 werden 101 beroepsprocedures gevoerd. Vijf daarvan waren gegrond en één deels gegrond. “Wie jarenlang aan alle voorwaarden voldoet, moet erop kunnen vertrouwen dat hij zijn sport kan blijven beoefenen. Legale wapenbezitters zijn geen tweederangsburgers. Hun rechten moeten worden gerespecteerd en regelgeving mag niet onnodig uitgroeien tot administratieve pesterij”, besluit Van dermeersch.
BIJLAGEN: beantwoorde parlementaire vraag 1599, Sportschieten – Evolutie aantal legale sportschutters van Vlaams Parlementslid Anke Van dermeersch