menu
Word Lid
47 meldingen van slachtafval: Illegale slacht vermoed, amper daders gevonden
47 meldingen van slachtafval: Illegale slacht vermoed, amper daders gevonden

Anke Van dermeersch vraagt sluitende aanpak slachtafval

Van dermeersch: “Een verbod dat nauwelijks controleerbaar wordt gehandhaafd, dreigt een papieren verbod te worden. We hebben dringend nood aan een sluitende aanpak van illegale slacht.”

In Antwerpen werden tussen 2021 en 2025 47 meldingen en één klacht geregistreerd over achtergelaten slachtafval op het openbaar domein. Daarnaast registreerde de stad voor de ruimere categorie slachtafval tussen 2021 en 2026 71 unieke meldingen. Slechts twee meldingen konden aan een dader worden toegewezen. Dat blijkt uit het antwoord van schepen Ken Casier op een schriftelijke vraag van Vlaams Belang-gemeenteraadslid Anke Van dermeersch. De stad bevestigt bovendien dat bij een handvol meldingen een vermoedelijke link bestond met illegale slachtingen. Toch voert Antwerpen rond het Offerfeest geen afzonderlijke communicatiecampagne over illegale slacht en slachtafval. Bovendien vond vanuit Stadsreiniging of Maatschappelijke Veiligheid geen specifiek overleg met OVAM of Interafval plaats.

“De cijfers tonen vooral aan hoe moeilijk het is om de oorsprong van gedumpt slachtafval te achterhalen”, zegt Van dermeersch. “Als er vermoedens zijn van illegale slachtingen, maar uiteindelijk amper daders geïdentificeerd kunnen worden, moeten we ons afvragen of de huidige controle en samenwerking volstaan.”

Uit het antwoord blijkt dat het aantal meldingen over achtergelaten slachtafval sterk schommelde: 3 in 2021, 18 in 2022, 10 in 2023, 6 in 2024 en 10 meldingen plus één klacht in 2025. De stad betaalde voor de inzameling en verwerking van dierlijk afval 538,45 euro in 2022, 1.282,60 euro in 2023, 756,25 euro in 2024 en 804,65 euro in 2025. Tot 30 juni 2026 kwam daar nog eens 290,40 euro bij.

Het stadsbestuur nuanceert dat een groot deel van de 71 ruim geregistreerde meldingen betrekking had op vervallen vlees dat door winkels verkeerd werd aangeboden. Maar bij een handvol gevallen bestond volgens het antwoord wél een vermoedelijke link met illegaal slachten. Een deel van de stedelijke uitgaven voor het opruimen van dierlijk afval situeerde zich bovendien in de periode van het Offerfeest.

Van dermeersch vindt het daarom opmerkelijk dat er geen afzonderlijke preventieve communicatiecampagne rond illegale slacht en dierlijk slachtafval tijdens het Offerfeest bestaat.

“Het gaat niet om het viseren van een geloofsgemeenschap, maar om de consequente toepassing van regels die voor iedereen gelden. Religieuze tradities verdienen respect, maar dierenwelzijn, volksgezondheid, openbare netheid en de wet evenzeer.”

De stad antwoordt dat controles op illegaal thuisslachten niet door de stedelijke diensten maar door politie en inspecteurs van het FAVV worden uitgevoerd. Voor Vlaams Belang mag die bevoegdheidsverdeling echter geen reden zijn om het probleem versnipperd aan te pakken.

Van dermeersch vraagt daarom een gecoördineerde aanpak tussen stad, politie, FAVV en andere bevoegde instanties, met gerichte controles wanneer daar concrete aanwijzingen voor bestaan, betere registratie van vaststellingen en sancties en duidelijke preventieve communicatie vóór het Offerfeest. Ook overleg met islamitische organisaties kan volgens haar worden ingezet om de regels vooraf ondubbelzinnig bekend te maken.

“Wie zich aan de regels houdt, heeft niets te vrezen. Maar wie illegaal slacht of slachtafval op straat dumpt, moet weten dat de pakkans reëel is en dat overtredingen gevolgen hebben”, besluit Van dermeersch.


BIJLAGE: beantwoorde schriftelijke vraag 314, Meldingen, vaststellingen en handhaving inzake achtergelaten slachtafval en illegale thuisslachtingen, van Antwerps gemeenteraadslid Anke Van dermeersch

ONTVANG ONZE NIEUWSBRIEF